Aankondiging van een opdracht (2024-06-17) Object Toepassingsgebied van de aanbesteding
Titel: aanbesteding schoolmeubilair Groenewald
Referentienummer: EA-LVO.2024-02
Korte beschrijving:
“Levering schoolmeubilair 1911 leerlingstoel
1887 leerlingtafel
61 docentenbureaus
20 docenten bureaustoelen”
Soort contract: Leveringen
Producten/diensten: Meubilair📦 Informatie over kavels
Inschrijvingen kunnen worden ingediend voor een maximaal aantal partijen: 1
Beschrijving
Beschrijving van de aanbesteding:
“Totale pakket schoolmeubilair 1911 leerlingstoelen
1887 leerlingtafels
61 docenten bureaus
20 docenten bureaustoelen”
Hoofdlocatie of plaats van uitvoering:
“Stein - Limburg” Duur
Startdatum: 2024-10-01 📅
Einddatum: 2026-10-01 📅
Gunningscriteria
Kwaliteitscriterium (naam): Kwaliteit
Kwaliteitscriterium (weging): 70
Prijs ✅
Prijs (weging): 30
Titel
Identificatienummer van de partij: LOT-0000
Procedure Soort procedure
Openbare procedure ✅ Administratieve informatie
Termijn voor de ontvangst van inschrijvingen of verzoeken tot deelneming: 2024-07-11 12:00:00 📅
Voorwaarden voor de opening van de offertes: 2024-07-11 12:15:00 📅
Talen waarin inschrijvingen of aanvragen tot deelneming kunnen worden ingediend: Nederlands 🗣️
Minimumtermijn gedurende welke de inschrijver de offerte gestand moet doen: 2
Juridische, economische, financiële en technische informatie Voorwaarden voor deelname
Lijst en korte beschrijving van aandoeningen:
“E1 Geen crimineel verleden: De inschrijver of gegadigde is niet bij een rechterlijke uitspraak die kracht van gewijsde heeft, veroordeeld op grond van: a....”
Lijst en korte beschrijving van aandoeningen
E1 Geen crimineel verleden: De inschrijver of gegadigde is niet bij een rechterlijke uitspraak die kracht van gewijsde heeft, veroordeeld op grond van: a. deelneming aan een criminele organisatie in de zin van artikel 2, eerste lid, van Gemeenschappelijk Optreden 98/733/JBZ van de Raad, (PbEG 1998, L 351);b. omkoping in de zin van artikel 3 van het besluit van de Raad van 26 mei 1997 (PbEG 1997, L 195) respectievelijk artikel 3, eerste lid, van Gemeenschappelijk Optreden 98/742/JBZ van de Raad (PbEG 1998, L 358);c. fraude in de zin van artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap (PbEG 1995, C 316);d. witwassen van geld in de zin van artikel 1 van richtlijn nr. 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld (PbEG L 1991, L 166) zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 2001/97/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEG L 2001, 344).Als veroordelingen als bedoeld onder a, b, c, of d worden in ieder geval aangemerkt veroordelingen op grond van artikel 140, 177, 177a, 178, 225, 226, 227, 227a, 227b of 323a, 328ter, tweede lid, 420bis, 420ter of 420quater van het Wetboek van Strafrecht.