Lijst en korte beschrijving van aandoeningen
Inschrijving handels- en beroepsregister
De inschrijver dient in de inschrijving een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel toe te voegen, niet ouder dan 6 maanden op het moment van inschrijving. Uit dit uittreksel moet de tekeningsbevoegdheid blijken voor minimaal de inschrijvingssom voor deze opdracht van degene die de inschrijving heeft getekend.
Eigen verklaring (UEA)
Inschrijver dient in Deel III A van de Eigen verklaring te verklaren dat er geen sprake is van een in de afgelopen vijf (5) jaren onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak jegens inschrijver of persoon die lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan of die daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft, in de zin van de artikelen 2.13.1 tot en met 2.13.5 ARW 2016.
De inschrijver dient daarnaast in Deel III B van de Eigen verklaring te verklaren dat er geen sprake is van een onherroepelijke en bindende rechterlijke of administratieve beslissing overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar de inschrijver is gevestigd of overeenkomstig nationale wettelijke bepalingen is vastgesteld dat de inschrijver niet voldoet aan zijn verplichtingen tot betaling van belastingen of sociale zekerheidspremies.
De inschrijver dient ook in Deel III C van de Eigen verklaring te verklaren dat geen sprake is van de situaties genoemd in artikel 2.13.7 ARW 2016. Op deze aanbestedingsprocedure zijn de volgende facultatieve uitsluitingsgronden van toepassing:
• Schending verplichting o.b.v. milieu-, sociaal- of arbeidsrecht (art. 2.13.7 sub a ARW 2016);
• Faillissement, insolventie of gelijksoortig (art. 2.13.7 sub b ARW 2016);
• Ernstige beroepsfout (art. 2.13.7 sub c ARW 2016);
• Vervalsing van de mededinging (art. 2.13.7 sub d ARW 2016);
• Belangenconflict (art. 2.13.7 sub e ARW 2016);
• Betrokken bij de voorbereiding (art. 2.13.7 sub f ARW 2016);
• Prestaties uit het verleden (art. 2.13.7 sub g ARW 2016);
• Valse verklaring (art. 2.13.7 sub h ARW 2016);
• Onrechtmatige beïnvloeding (art. 2.13.7 sub i ARW 2016).
De inschrijver dient ook in Deel III B van de Eigen verklaring te verklaren dat geen sprake is van onderstaande facultatieve uitsluitingsgrond:
• Betaling belasting of sociale premies (art. 2.13.7 sub j ARW 2016).