Achtergrond van de opdracht. Op 29.1.2015 heeft in de Tweede Kamer een debat plaatsgevonden over „de rol van zorgverzekeraars”. Tijdens dit debat is een motie ingediend door de leden Leijten (SP) en Dik-Faber (CU). In deze motie wordt de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgeroepen om te onderzoeken of er voor de eerste lijn een uitzondering op de Mededingingswet mogelijk is, zoals vormgegeven in de beleidsregel mededinging en duurzaamheid, zodat het patiëntbelang gediend wordt. Op 10.3.2015 heeft de minister bij brief aan de Tweede Kamer laten weten op welke wijze zij de motie wil gaan uitvoeren. Op 25.3.2015 heeft de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer gevraagd om een reactie van de minister op de brief van VELO (Verenigde EersteLijns Organisaties (VELO): ActiZ — KNGF — KNMP — KNMT — KNOV — LHV — LVVP –V&VN) en de suggesties uit de brief van VELO mee te nemen in de onderzoeksopzet. Op 11.5.2015 heeft de minister bij brief aan de Tweede Kamer laten weten hoe zij de inbreng van VELO meeneemt in de onderzoeksopdracht. Op 4.6.2015 heeft de Tweede Kamer de minister verzocht (zie bijlage griffier C), aanvullende vragen toe te voegen aan de op 11 mei 2015 voorgestelde. De minister heeft in reactie op 30.6.2015 laten weten de gevraagde vragen toe te voegen aan de onderzoeksopdracht (zie bijlage brief D). Aard van de opdracht. Onlangs heeft de Tweede Kamer de volgende motie aangenomen: „overwegende dat er bij de inkoop van huisartsenzorg conflicten zijn ontstaan tussen huisartsen en zorgverzekeraars, waarbij huisartsen zich in verband met de Mededingingswet niet mochten verenigen; verzoekt de regering, te onderzoeken of er voor de eerste lijn een uitzondering op de Mededingingswet mogelijk is, zoals ook is vormgegeven in de beleidsregel Mededinging en Duurzaamheid, zodat het patiëntbelang gediend wordt.” Doel van de opdracht. Het doel van het onderzoek is verduidelijking van de ruimte die de Mededingingswet biedt voor samenwerking in de eerstelijnszorg in het belang van patiënten én in welke vorm oplossingen denkbaar zijn om de Mededingingswet niet van toepassing te laten zijn op de eerstelijnszorg. Daarbij hebben de indieners van de motie een relatie gelegd met de moeizame onderhandelingen tussen aanbieders van eerstelijnszorg en zorgverzekeraars. Dit betekent dat het onderzoek nader moet ingaan op de ruimte die artikel 6, lid 3 van de Mededingingswet biedt om gezamenlijk als groep met elkaar te onderhandelen in het belang van de patiënt of verzekerde. Bij de uitwerking en aanpak van de onderzoeksvragen zal de opdrachtnemer hier rekening mee moeten houden.
Deadline
De termijn voor de ontvangst van de offertes was 2015-11-06.
De aanbesteding werd gepubliceerd op 2015-09-22.
Leveranciers
De volgende leveranciers worden genoemd in gunningsbesluiten of andere aanbestedingsdocumenten:
Aankondiging van een opdracht (2015-09-22) Object Toepassingsgebied van de aanbesteding
Titel: Onderzoek en ontwikkeling, en aanverwante adviezen
Hoeveelheid of omvang:
De onderzoeksvragen zijn:1. Beschrijving van redenen van samenwerking binnen de eerstelijnszorg tussen dezelfde beroepsbeoefenaren (zoals een huisarts met een huisarts, een zorggroep met een zorggroep of een zorgverzekeraar met een zorgverzekeraar) en tussen niet dezelfde beroepsbeoefenaren (zoals een huisarts met een fysiotherapeut, een wijkverpleegkundige met een psycholoog en tussen een groep zorgverleners en een inkoper).a. Welke verschillende redenen voor samenwerking op het gebied van eerstelijnszorg komen voor en zijn denkbaar?b. In welke gevallen is samenwerking op het gebied van de eerstelijnszorg tussen kleinere partijen nodig om initiatieven uit te kunnen voeren ten behoeve van het verbeteren van de zorg voor patiënten?2. Welke aspecten van de onder 1 beschreven samenwerking zouden nader kunnen worden verduidelijkt binnen het mededingingsrecht, zodat voorkomen wordt dat samenwerkingsinitiatieven met positieve gevolgen voor patiënten niet tot stand komen.3. Hoe zouden afspraken, om binnen de eerstelijnszorg samen te werken, vorm moeten worden gegeven om binnen het mededingingsrecht zorgspecifieke belangen te borgen.4. Welke specifieke kenmerken van (eerstelijns-) zorg kunnen als onderbouwing gehanteerd worden om uitzonderingen op de Mededingingswet te maken en op welke wijze zouden de uitzonderingen vorm kunnen krijgen?5. Is het mogelijk om oplossingen te vinden buiten de Mededingingswet om? Zo ja, welke zijn dat? Zo nee, welke juridische bezwaren zijn daarop van toepassing?
De onderzoeksvragen zijn:1. Beschrijving van redenen van samenwerking binnen de eerstelijnszorg tussen dezelfde beroepsbeoefenaren (zoals een huisarts met een huisarts, een zorggroep met een zorggroep of een zorgverzekeraar met een zorgverzekeraar) en tussen niet dezelfde beroepsbeoefenaren (zoals een huisarts met een fysiotherapeut, een wijkverpleegkundige met een psycholoog en tussen een groep zorgverleners en een inkoper).a. Welke verschillende redenen voor samenwerking op het gebied van eerstelijnszorg komen voor en zijn denkbaar?b. In welke gevallen is samenwerking op het gebied van de eerstelijnszorg tussen kleinere partijen nodig om initiatieven uit te kunnen voeren ten behoeve van het verbeteren van de zorg voor patiënten?2. Welke aspecten van de onder 1 beschreven samenwerking zouden nader kunnen worden verduidelijkt binnen het mededingingsrecht, zodat voorkomen wordt dat samenwerkingsinitiatieven met positieve gevolgen voor patiënten niet tot stand komen.3. Hoe zouden afspraken, om binnen de eerstelijnszorg samen te werken, vorm moeten worden gegeven om binnen het mededingingsrecht zorgspecifieke belangen te borgen.4. Welke specifieke kenmerken van (eerstelijns-) zorg kunnen als onderbouwing gehanteerd worden om uitzonderingen op de Mededingingswet te maken en op welke wijze zouden de uitzonderingen vorm kunnen krijgen?5. Is het mogelijk om oplossingen te vinden buiten de Mededingingswet om? Zo ja, welke zijn dat? Zo nee, welke juridische bezwaren zijn daarop van toepassing?
Aankondigingsmetadata
Originele taal: Nederlands 🗣️
Documenttype: Aankondiging van een opdracht
Aard van de opdracht: Diensten
Regelgeving: Europese Unie, met GPA-deelname
Gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten (CPV)
Code: Onderzoek en ontwikkeling, en aanverwante adviezen📦
Procedure
Type procedure: Openbare procedure
Type bod: Inschrijving voor alle percelen
Gunningscriteria
Uit economisch oogpunt voordeligste inschrijving
Aanbestedende dienst Identiteit
Land: Nederland 🇳🇱
Type aanbestedende dienst: Ministerie of elke andere nationale of federale instantie
Naam aanbestedende dienst: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Postadres: Parnassusplein 5
Postcode: 2511 VX
Poststad: Den Haag
Contact
Internetadres: http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws🌏
E-mail: robby.jahangier@rijksoverheid.nl📧
Telefoon: +31 629369486📞
Object Toepassingsgebied van de aanbesteding
Korte beschrijving:
Achtergrond van de opdracht.
Op 29.1.2015 heeft in de Tweede Kamer een debat plaatsgevonden over „de rol van zorgverzekeraars”. Tijdens dit debat is een motie ingediend door de leden Leijten (SP) en Dik-Faber (CU). In deze motie wordt de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgeroepen om te onderzoeken of er voor de eerste lijn een uitzondering op de Mededingingswet mogelijk is, zoals vormgegeven in de beleidsregel mededinging en duurzaamheid, zodat het patiëntbelang gediend wordt.
Op 29.1.2015 heeft in de Tweede Kamer een debat plaatsgevonden over „de rol van zorgverzekeraars”. Tijdens dit debat is een motie ingediend door de leden Leijten (SP) en Dik-Faber (CU). In deze motie wordt de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgeroepen om te onderzoeken of er voor de eerste lijn een uitzondering op de Mededingingswet mogelijk is, zoals vormgegeven in de beleidsregel mededinging en duurzaamheid, zodat het patiëntbelang gediend wordt.
Op 10.3.2015 heeft de minister bij brief aan de Tweede Kamer laten weten op welke wijze zij de motie wil gaan uitvoeren. Op 25.3.2015 heeft de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer gevraagd om een reactie van de minister op de brief van VELO (Verenigde EersteLijns Organisaties (VELO): ActiZ — KNGF — KNMP — KNMT — KNOV — LHV — LVVP –V&VN) en de suggesties uit de brief van VELO mee te nemen in de onderzoeksopzet. Op 11.5.2015 heeft de minister bij brief aan de Tweede Kamer laten weten hoe zij de inbreng van VELO meeneemt in de onderzoeksopdracht. Op 4.6.2015 heeft de Tweede Kamer de minister verzocht (zie bijlage griffier C), aanvullende vragen toe te voegen aan de op 11 mei 2015 voorgestelde. De minister heeft in reactie op 30.6.2015 laten weten de gevraagde vragen toe te voegen aan de onderzoeksopdracht (zie bijlage brief D).
Op 10.3.2015 heeft de minister bij brief aan de Tweede Kamer laten weten op welke wijze zij de motie wil gaan uitvoeren. Op 25.3.2015 heeft de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer gevraagd om een reactie van de minister op de brief van VELO (Verenigde EersteLijns Organisaties (VELO): ActiZ — KNGF — KNMP — KNMT — KNOV — LHV — LVVP –V&VN) en de suggesties uit de brief van VELO mee te nemen in de onderzoeksopzet. Op 11.5.2015 heeft de minister bij brief aan de Tweede Kamer laten weten hoe zij de inbreng van VELO meeneemt in de onderzoeksopdracht. Op 4.6.2015 heeft de Tweede Kamer de minister verzocht (zie bijlage griffier C), aanvullende vragen toe te voegen aan de op 11 mei 2015 voorgestelde. De minister heeft in reactie op 30.6.2015 laten weten de gevraagde vragen toe te voegen aan de onderzoeksopdracht (zie bijlage brief D).
Aard van de opdracht.
Onlangs heeft de Tweede Kamer de volgende motie aangenomen:
„overwegende dat er bij de inkoop van huisartsenzorg conflicten zijn ontstaan tussen huisartsen en zorgverzekeraars, waarbij huisartsen zich in verband met de Mededingingswet niet mochten verenigen; verzoekt de regering, te onderzoeken of er voor de eerste lijn een uitzondering op de Mededingingswet mogelijk is, zoals ook is vormgegeven in de beleidsregel Mededinging en Duurzaamheid, zodat het patiëntbelang gediend wordt.”
„overwegende dat er bij de inkoop van huisartsenzorg conflicten zijn ontstaan tussen huisartsen en zorgverzekeraars, waarbij huisartsen zich in verband met de Mededingingswet niet mochten verenigen; verzoekt de regering, te onderzoeken of er voor de eerste lijn een uitzondering op de Mededingingswet mogelijk is, zoals ook is vormgegeven in de beleidsregel Mededinging en Duurzaamheid, zodat het patiëntbelang gediend wordt.”
Doel van de opdracht.
Het doel van het onderzoek is verduidelijking van de ruimte die de Mededingingswet biedt voor samenwerking in de eerstelijnszorg in het belang van patiënten én in welke vorm oplossingen denkbaar zijn om de Mededingingswet niet van toepassing te laten zijn op de eerstelijnszorg.
Het doel van het onderzoek is verduidelijking van de ruimte die de Mededingingswet biedt voor samenwerking in de eerstelijnszorg in het belang van patiënten én in welke vorm oplossingen denkbaar zijn om de Mededingingswet niet van toepassing te laten zijn op de eerstelijnszorg.
Daarbij hebben de indieners van de motie een relatie gelegd met de moeizame onderhandelingen tussen aanbieders van eerstelijnszorg en zorgverzekeraars. Dit betekent dat het onderzoek nader moet ingaan op de ruimte die artikel 6, lid 3 van de Mededingingswet biedt om gezamenlijk als groep met elkaar te onderhandelen in het belang van de patiënt of verzekerde. Bij de uitwerking en aanpak van de onderzoeksvragen zal de opdrachtnemer hier rekening mee moeten houden.
Daarbij hebben de indieners van de motie een relatie gelegd met de moeizame onderhandelingen tussen aanbieders van eerstelijnszorg en zorgverzekeraars. Dit betekent dat het onderzoek nader moet ingaan op de ruimte die artikel 6, lid 3 van de Mededingingswet biedt om gezamenlijk als groep met elkaar te onderhandelen in het belang van de patiënt of verzekerde. Bij de uitwerking en aanpak van de onderzoeksvragen zal de opdrachtnemer hier rekening mee moeten houden.
Hoeveelheid of omvang:
De onderzoeksvragen zijn:
1. Beschrijving van redenen van samenwerking binnen de eerstelijnszorg tussen dezelfde beroepsbeoefenaren (zoals een huisarts met een huisarts, een zorggroep met een zorggroep of een zorgverzekeraar met een zorgverzekeraar) en tussen niet dezelfde beroepsbeoefenaren (zoals een huisarts met een fysiotherapeut, een wijkverpleegkundige met een psycholoog en tussen een groep zorgverleners en een inkoper).
1. Beschrijving van redenen van samenwerking binnen de eerstelijnszorg tussen dezelfde beroepsbeoefenaren (zoals een huisarts met een huisarts, een zorggroep met een zorggroep of een zorgverzekeraar met een zorgverzekeraar) en tussen niet dezelfde beroepsbeoefenaren (zoals een huisarts met een fysiotherapeut, een wijkverpleegkundige met een psycholoog en tussen een groep zorgverleners en een inkoper).
a. Welke verschillende redenen voor samenwerking op het gebied van eerstelijnszorg komen voor en zijn denkbaar?
b. In welke gevallen is samenwerking op het gebied van de eerstelijnszorg tussen kleinere partijen nodig om initiatieven uit te kunnen voeren ten behoeve van het verbeteren van de zorg voor patiënten?
2. Welke aspecten van de onder 1 beschreven samenwerking zouden nader kunnen worden verduidelijkt binnen het mededingingsrecht, zodat voorkomen wordt dat samenwerkingsinitiatieven met positieve gevolgen voor patiënten niet tot stand komen.
3. Hoe zouden afspraken, om binnen de eerstelijnszorg samen te werken, vorm moeten worden gegeven om binnen het mededingingsrecht zorgspecifieke belangen te borgen.
4. Welke specifieke kenmerken van (eerstelijns-) zorg kunnen als onderbouwing gehanteerd worden om uitzonderingen op de Mededingingswet te maken en op welke wijze zouden de uitzonderingen vorm kunnen krijgen?
5. Is het mogelijk om oplossingen te vinden buiten de Mededingingswet om? Zo ja, welke zijn dat? Zo nee, welke juridische bezwaren zijn daarop van toepassing?
Referentienummer: 201500117.008.019
Plaats van uitvoering
Hoofdlocatie of plaats van uitvoering: Nederland.
Juridische, economische, financiële en technische informatie Voorwaarden voor deelname
Technische en professionele bekwaamheid:
Eis: Referentieverklaring
Wetsverwijzing: Leveringen/diensten afgelopen 3 jaar
Bewijsstuk: Referenties
Toelichting op Bewijsstuk: Inschrijver heeft Bijlage 6 'Referentieverklaring' ingevuld, rechtsgeldig ondertekend en aan deze inschrijving toegevoegd.
(Deze bijlage is te vinden onder het tabblad Documenten, onder de map Aanbestedingsdocumenten)
Bij indienen van meerdere referenties kunt u als volgt doornummeren:
— Bijlage 6a 'Referentieverklaring'
— Bijlage 6b 'Referentieverklaring'
— Bijlage 6c 'Referentieverklaring'
Etc.
Minimumeisen:
Beschrijving: Als minimumeis geldt dat Inschrijver in het afgelopen jaar over minimaal ... verschillende (afgeronde) vergelijkbare referentieopdrachten heeft uitgevoerd.
Uitvoering van de opdracht
Rechtsvorm van de combinatie van ondernemers aan wie de opdracht wordt gegund:
Eis: Verklaring onderaanneming.
Beschrijving: Verklaring onderaanneming.
Toelichting op Bewijsstuk: Inschrijver heeft Bijlage 5 Verklaring onderaanneming' ingevuld, rechtsgeldig ondertekend en aan deze inschrijving toegevoegd.
(Deze bijlage is te vinden onder het tabblad Documenten, onder de map Aanbestedingsdocumenten).
Eis: Holdingverklaring.
Beschrijving: Holdingverklaring.
Toelichting op Bewijsstuk: Inschrijver heeft Bijlage 3 'Holdingverklaring' ingevuld, rechtsgeldig ondertekend en aan deze inschrijving toegevoegd.
Eis: Verklaring combinatievorming.
Beschrijving: Verklaring combinatievorming.
Toelichting op Bewijsstuk: Inschrijver heeft Bijlage 4 'Verklaring combinatievorming' ingevuld, rechtsgeldig ondertekend en aan deze inschrijving toegevoegd.
Andere bijzondere voorwaarden:
Eis: Eigen verklaring aanbesteden
Beschrijving: Om de regeldruk en daarmee de lasten voor ondernemers te verminderen zal de rijksoverheid gaan werken met de Uniforme eigen verklaring aanbestedingen. Het gebruik van een eigen verklaring houdt in dat in de inschrijffase of de selectiefase van een aanbesteding voor de uitsluitingsgronden en de geschiktheidseisen slechts de eigen verklaring afgegeven wordt, zonder dat er nadere informatie wordt verstrekt. Doel van de eigen verklaring is dat alleen van de winnende inschrijver bij een openbare procedure en de geselecteerde gegadigden bij een niet-openbare procedure, concurrentiegerichte dialoog en onderhandelingsprocedure met aankondiging de inlichtingen en gegevens uit de eigen verklaring geverifieerd worden. Inlichtingen, gegevens en bewijsmiddelen voor aspecten die niet zijn opgenomen in de eigen verklaring kunnen buiten de eigen verklaring om gevraagd worden. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan certificaten die aantonen dat de producten of diensten voldoen aan specifieke vereisten, maar ook aan verklaringen met betrekking
Beschrijving: Om de regeldruk en daarmee de lasten voor ondernemers te verminderen zal de rijksoverheid gaan werken met de Uniforme eigen verklaring aanbestedingen. Het gebruik van een eigen verklaring houdt in dat in de inschrijffase of de selectiefase van een aanbesteding voor de uitsluitingsgronden en de geschiktheidseisen slechts de eigen verklaring afgegeven wordt, zonder dat er nadere informatie wordt verstrekt. Doel van de eigen verklaring is dat alleen van de winnende inschrijver bij een openbare procedure en de geselecteerde gegadigden bij een niet-openbare procedure, concurrentiegerichte dialoog en onderhandelingsprocedure met aankondiging de inlichtingen en gegevens uit de eigen verklaring geverifieerd worden. Inlichtingen, gegevens en bewijsmiddelen voor aspecten die niet zijn opgenomen in de eigen verklaring kunnen buiten de eigen verklaring om gevraagd worden. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan certificaten die aantonen dat de producten of diensten voldoen aan specifieke vereisten, maar ook aan verklaringen met betrekking
tot het niet van toepassing zijn van belangenverstrengeling, handelen met voorkennis, en de voorwaarde dat bij het indienen van de offerte geen mededingingsrechtelijke afspraken zijn gemaakt.
De selectiecriteria bij een niet openbare procedure worden gebruikt om tot een weging te komen en zijn daarom niet digitaal in het formulier op te nemen. Deze vallen niet binnen de eigen verklaring en mogen naast de eigen verklaring gevraagd worden.
In het wetsvoorstel Aanbestedingswet wordt het gebruik van een uniforme eigen verklaring verplicht gesteld.
Toelichting op Bewijsstuk: Inschrijver heeft Bijlage 1 'Eigenverklaring aanbesteden' ingevuld, rechtsgeldig ondertekend en aan deze inschrijving toegevoegd.
(Deze bijlage is te vinden onder het tabblad Documenten, onder de map Aanbestedingsdocumenten).
Eis: Akkoord ARVODI-2014.
Beschrijving: Inschrijver dient akkoord te gaan met de ARVODI 2014.
Toelichting op Bewijsstuk: Inschrijver voldoet aan deze eis indien akkoord met de bijgevoegde Algemene Rijksvoorwaarden voor het verstrekken van opdrachten en het verrichten van Diensten (ARVODI)?
Eis: Akkoord Concept Overeenkomst.
Beschrijving: Inschrijver dient akkoord te gaan met de bijgevoegde Concept Overeenkomst?
Toelichting op Bewijsstuk: Inschrijver voldoet aan deze eis indien akkoord met de bijgevoegde Concept Overeenkomst?
Procedure
Geldigheidsduur van de inschrijving: 120 dagen
Datum opening inschrijvingen: 2015-11-06 📅
Gunningscriteria
Criterium: 1. Criterium: Prijsstelling Beschrijving: De prijs is de fixed (dus vaste) totaalprijs voor alle kosten en kortingen. De prijs dient inclusief BTW te worden opgegeven. Vereisten: De Inschrijver dient de prijs in bijgevoegde bijlage (bijlage 6) in te dienen (in TenderNed, zowel in PDF als Word). De prijs wordt toegepast bij de bepaling en beoordeling van de economisch meest voordelige Inschrijving. Deze bijlage is te vinden onder het tabblad Documenten, onder de map Aanbestedingsdocumenten (15)
2. Criterium: Kwaliteit Beschrijving: Inschrijver stelt een plan van aanpak op voor de wijze waarop invulling wordt gegeven aan: Begrip en idee Kwaliteit opzet onderzoek Aanwezige kennis onderzoeksteam Realistische planning Vereisten: Inschrijver voegt de uitwerking van het plan van aanpak als bijlage 7 toe aan zijn inschrijving. Deze bijlage is te vinden onder het tabblad Documenten, onder de map Aanbestedingsdocumenten (85)
Talen
Taal: Nederlands 🗣️
Referentie Identificatoren
Door de aanbestedende dienst toegekend referentienummer: 201500117.008.019
Bron: OJS 2015/S 187-339412 (2015-09-22)
Award Aankondiging (2016-06-07) Object Toepassingsgebied van de aanbesteding
Totale waarde van de aanbesteding: 134 000 💰
Aankondigingsmetadata
Documenttype: Award Aankondiging
Object Plaats van uitvoering
Hoofdlocatie of plaats van uitvoering: NEDERLAND.
Procedure Gunningscriteria
Criterium: 1. Criterium: Prijsstelling. Beschrijving: de prijs is de fixed (dus vaste) totaalprijs voor alle kosten en kortingen. De prijs dient inclusief BTW te worden opgegeven. Vereisten: De Inschrijver dient de prijs in bijgevoegde bijlage (bijlage 6) in te dienen (in TenderNed, zowel in PDF als Word). De prijs wordt toegepast bij de bepaling en beoordeling van de economisch meest voordelige Inschrijving. Deze bijlage is te vinden onder het tabblad Documenten, onder de map Aanbestedingsdocumenten (15)
2. Criterium: Kwaliteit. Beschrijving: inschrijver stelt een plan van aanpak op voor de wijze waarop invulling wordt gegeven aan: Begrip en idee Kwaliteit opzet onderzoek Aanwezige kennis onderzoeksteam Realistische planning Vereisten: Inschrijver voegt de uitwerking van het plan van aanpak als bijlage 7 toe aan zijn inschrijving. Deze bijlage is te vinden onder het tabblad Documenten, onder de map Aanbestedingsdocumenten (85)
Gunning van het contract
Datum van sluiting van de overeenkomst: 2016-01-05 📅
Naam: Stichting SEO Economisch Onderzoek
Postadres: Roetersstraat 29
Poststad: Amsterdam
Postcode: 1018 WB
Land: Nederland 🇳🇱
E-mail: secretariaat@seo.nl📧
Internetadres: www.seo.nl🌏 Informatie over aanbestedingen
Aantal ontvangen offertes: 7